Een kinderfysiotherapeut is een fysiotherapeut die gespecialiseerd is in het onderzoeken en behandelen van klachten bij kinderen in de leeftijd van 0 t/m 18 jaar. De eerste 18 bezoeken aan een kinderfysiotherapeut vallen onder de basisverzekering en gaan niet af van het eigen risico. De kinderen die gezien worden door een kinderfysiotherapeut kunnen onderverdeeld worden in vier groepen, namelijk baby’s, peuters, kleuters en schoolkinderen. Bij elke groep komen andere klachten voor die een reden kunnen zijn om contact met ons op te nemen.

Zowel het onderzoek als de behandeling vinden in de praktijk plaats. Is uw zoon of dochter jonger dan 2 jaar of is hij/zij door fysieke beperkingen niet in staat om één van onze locaties te bezoeken? Dan komt onze kinderfysiotherapeut, Annelie westra bij jullie aan huis.

Baby’s (0 – 1 jaar)

  • Voorkeurshouding (de baby ligt, een groot deel van de dag, met het hoofd gedraaid naar maar één kant)
  • Afplatting van het hoofd
  • Overmatig strekken
  • Vertraagde ontwikkeling (verlaat omrollen, zitten, kruipen)
  • Te lage of te hoge spierspanning
  • Prematuur en/of dysmatuur geboren baby
  • Aangeboren afwijkingen
  • Overmatig huilgedrag

Peuters (2 – 3 jaar)

  • Achterstand in de motorische ontwikkeling (nog niet kunnen lopen)
  • Onhandig zijn in de motoriek (veel vallen, dingen omstoten)
  • Bang zijn om te bewegen of te vallen (extreem voorzichtig)
  • Onvoldoende op gang komen van de spelontwikkeling

Kleuters (4 – 5 jaar)

  • Problemen met dagelijkse taken (aan- en uitkleden, eten met bestek, veters strikken)
  • Fijn motorische problemen (knippen, plakken, tekenen)
  • Onhandig zijn in de motoriek (veel vallen, struikelen, dingen omstoten, niet binnen de lijntjes kleuren)
  • Niet goed kunnen meekomen met de gymles
  • Bang zijn om te bewegen of te vallen
  • Neurologische aandoeningen
  • Orthopedische problemen (gewrichtsklachten of klachten ergens anders aan het bewegingsapparaat)

Schoolkinderen (6 – 17 jaar)

  • Achterstand in de motorische ontwikkeling (nog niet kunnen hinkelen, koprollen)
  • Niet goed kunnen meekomen met de gymles
  • Onhandig zijn in de motoriek (veel vallen, struikelen, dingen omstoten, vaak mis gooien)
  • Problemen met dagelijkse taken (fietsen, aan- en uitkleden, knutselen, veters strikken)
  • Schrijfproblemen
  • Bang zijn om te bewegen of te vallen
  • Problemen met de kracht en conditie
  • Verschillende aandoeningen (neurologische aandoeningen, stofwisselingsziekten, longproblemen)
  • Orthopedische problemen (gewrichtsklachten of klachten ergens anders aan het bewegingsapparaat
  • Hyperventilatie
  • Overgewicht en obesitas